Ethics.be   
Herman De Dijn op Faceboook
 
Curricullum Herman De Dijn   Publicaties Herman De Dijn   Emeritaat   Contact
 
Artikel Campuskrant: Herman De Dijn over de roos van Spinoza
Filosofen van nu cirkelen in voortdurende dialoog met hun voorgangers uit het verleden om de steeds weerkerende grote vragen van het bestaan. Zij ver- of hertalen inzichten van oude denkers tegen een nieuwe achtergrond en illustreren in dat proces heel vaak dat wat de oude meesters dachten, zijn relevantie voor nu en morgen behouden heeft, en zelfs onverwacht helder licht kan werpen op wat wij een beetje kortzichtig beschouwen als ‘vragen van nu’.

Herman De Dijn heeft zich gedurende zijn hele loopbaan verdiept in het werk van Hume en Spinoza. “Over Spinoza heb ik mijn doctoraat gemaakt. Niet dat hij toen modieus was, verre van zelfs. En doctoreren lag toen ook al niet zo voor de hand. Ik had er eigenlijk nog niet echt bij stilgestaan, tot professor Dondeyne me vroeg om er toch eens over na te denken. Ik stelde hem voor om over Heidegger of Levinas te werken. Maar dat wimpelde hij af, ‘want daar worden al een dozijn doctoraten over gemaakt’. Hij raadde me aan een filosoof uit de Nieuwe Tijd te nemen. Met Spinoza koos ik uiteindelijk voor een denker die een unieke positie inneemt in de geschiedenis van de moderne filosofie – een positie die tot vandaag velen intrigeert - waaronder in de vorige eeuw Russell en Einstein. Daar heb ik nu een boek over geschreven. Ik heb geprobeerd om Spinoza inzichtelijk te maken voor de hedendaagse lezer, maar zonder zijn ideeën te verwateren.”

Unieke positie

“Spinoza speelde een belangrijke rol in het ontstaan van de vroeg-moderne filosofie, die zeer snel de revolutionaire betekenis van het nieuwe natuurwetenschappelijke denken ook voor het bredere geestesleven inzag. Maar hij was natuurlijk niet de enige, denk maar aan Descartes en Pascal, met wie hij het cultuurhistorisch kader deelt, maar van wie hij ook duidelijk verschilt. Descartes wordt gewoonlijk gezien als het prototype van de rationalistische denker, maar eigenlijk was het hem tegelijk te doen om de redding van de christelijke denktraditie in het kader van de nieuwe visie op natuur en universum. Dat wilde hij realiseren door aan te tonen dat die traditie niet haaks stond op de nieuwe wetenschap. Tekenend is bijvoorbeeld zijn poging om de waarheid van de wetenschap zelf rationeel te funderen via theoretische godsbewijzen. Pascal van zijn kant was vooral geïnteresseerd in het geloof als redmiddel tegen de onttovering en ontluistering die hij als resultaat zag van de nieuwe wetenschap. Die wetenschap legt immers een werkelijkheid bloot die vernederend lijkt voor de mens, de mens die niet langer in het centrum van de schepping staat, maar eerder een marginale wezen wordt levend op een ten dode opgeschreven planeet in een uithoek van de oneindige doelloze ruimte.”

“Spinoza biedt een derde visie aan die precies die onttovering recht in de ogen kijkt. Hij neemt aan dat de werkelijkheid niet in elkaar zit zoals de traditionele religieuze visie voorhoudt. De blinde natuurprocessen zijn niet gericht op enig doel, zeker niet op de mens. Dat is een erg ontluisterend inzicht. Het antropocentrisme of antropomorfisme van het traditionele wereldbeeld berusten op illusie en wishful thinking. Wat kan in een dergelijke wereld nog de betekenis zijn van de vraag naar goede leven? Er is geen persoonlijke God, geen hoger doel in de werkelijkheid en alles is gedetermineerd, dus welke zin kan het nog hebben te streven naar het goede? Het ‘troostende’ van Spinoza is dat hij tóch een uitweg uit de onthutsende leegte en metafysische betekenisloosheid aanbiedt”

De weg naar de waarheid

“Spinoza verwerpt de ethische vraagstelling niet. Zijn levenswerk, de Ethica, is er zelfs volledig aan gewijd. Zijn ethiek steunt in feite op de nieuwe fysica en op een door hem ontworpen wetenschappelijke psychologie. De theoretische activiteit zelf biedt volgens hem een soort superieure levensvreugde die niet leidt tot de miserie van het gewone streven naar rijkdom, eer of macht en genot. Dat herinnert aan Boëthius en zijn De Consolatione Philosophiae. Spinoza beseft echter dat die weg niet tot een definitief heil kan leiden, en al zeker niet voor iedereen. De menselijke emoties staan de zuiver wetenschappelijke of theoretische activiteit in de weg.”

“Spinoza concentreert zich op de vraag hoe de mens die emoties, die zijn leven – ook dat van de wetenschapper - vroeg of laat tot een soort waanzin maken, kan overwinnen. Zijn filosofie krijgt dan een therapeutische allure. Door ‘ongenadig’ zichzelf en de eigen emotionaliteit te analyseren in het licht van de – zijn - nieuwe psychologische inzichten, ontwikkelt hij een soort ‘lens’ – hij was niet voor niets lenzenslijper om in zijn dagelijks onderhoud te voorzien... – die inzicht in de eigen aard oplevert en tegelijk een weg biedt om aan de emoties te ontsnappen. Het therapeutische inzicht in de emotionaliteit moet echter aangevuld worden met een meditatieve ‘plaatsing’ van de eigen emoties en het eigen nadenken als deel van de onpersoonlijke natuur. Dan ontstaat een intellectuele liefde tot de God-Natuur. Die liefde is ‘heilzaam’, want alle zelfgenoegzaamheid, de illusie dat men de maat der dingen is, verdwijnt. Integendeel, men beseft levendig en effectief dat ook het eigen begrijpen zélf, zoals al onze activiteit, deel uitmaakt van de natuur en er dus niet boven staat. Het komt eerder neer op een teder aanvaarden van de (eigen) menselijke situatie dan op de triomfalistische houding van de rationalist. Door het juiste inzicht - in zichzelf - komen tot heil is opvallend genoeg een aanpak die ook vaak opduikt in oosterse levensbeschouwingen. Meditatieve zelfanalyse als weg naar verlossing zie je daar ook.”

De betekenis van religie

“Spinoza hanteert in zijn werk de methode van de nieuwe wetenschap, rigoureus rationeel en ‘geometrisch’. Dat maakt zijn teksten niet bepaald eenvoudig. Hij realiseert zich dat de nieuwe wetenschap, hoe sterk ze ook is, er nooit in zal slagen om religie en religieuze honger te doen verdwijnen – een illusie die vele latere Verlichtingsfilosofen wél koesterden. Spinoza minimaliseert of verwerpt de religie niet. Integendeel zelfs: hij beseft dat religie voor heel veel mensen het maximaal haalbare is, en dat de weg van de filosoof, het langs wetenschappelijke weg streven naar inzicht, ultiem zelfs naar intuïtief inzicht in de eigen relatie tot de onpersoonlijke God-Natuur – dat die weg uiteindelijk slechts voor enkelingen is weggelegd. Spinoza’s houding tegenover de religie was wel zodanig verschillend van die van zijn tijd dat hij al in 1656 uit de Amsterdamse joodse gemeente gebannen werd. Dat lag wellicht niet alléén aan zijn filosofische denkbeelden, maar die zullen wel meegespeeld hebben. Religie is voor Spinoza een natuurlijk fenomeen, het resultaat van specifieke menselijke vermogens en maatschappelijke krachten; zij kan maatschappelijk zowel positieve als negatieve gevolgen hebben. Door religie te zien als natuurlijk-maatschappelijk gegeven, is zij uiteraard perfect bestudeerbaar - een wel érg modern inzicht voor iemand uit de 17de eeuw. Meteen de geboorte van de moderne religiewetenschap.”

”Dit boek is de vrucht van jarenlang denken en werken, maar het is verre van definitief, dat besef ik maar al te goed. Lang niet alle moeilijkheden en valkuilen in Spinoza’s werk worden erdoor weggenomen. De ondertitel, De doornen en de roos wijst op het embleem van Spinoza zelf, maar hij duidt ook op de volgens hem onvermijdelijke doornen op de tocht naar de roos van het inzicht. Hij vertrekt van de harde confrontatie met wat ogenschijnlijk alleen maar negatief kan zijn: wij zijn niet vrij, niet gewild; er is geen persoonlijke God die ons het heil aanreikt, geen persoonlijke onsterfelijkheid. En toch is er ondanks die doornen iets mogelijk als de roos, de roos van het heil bestaande in een bepaalde blik op en aanvaarding van zichzelf als expressie van de God-Natuur die zich doelloos in alles uitdrukt. Dàt is het unieke en het wonderlijke van Spinoza.”


Herman de Dijn, Spinoza, de doornen en de roos. Kapellen, Pelckmans-Klement. 2009.
Terug  naar  Herman De Dijn
© 2017 - Herman De Dijn - p/a HIW, Kardinaal Mercierplein 2 - 3000 Leuven - Telefoon +32(0)16.326344 contact